Op een kantoor denkt niemand dagelijks aan brand. Toch staan er tientallen apparaten aan, zijn er keukentjes met waterkokers en magnetrons en lopen er kabels onder bureaus door. Brandveiligheid op kantoor draait om drie dingen: een brand snel opmerken, een beginnende brand kunnen blussen en iedereen veilig naar buiten krijgen. Dat vraagt om een goede inrichting en om onderhoud dat niet vergeten wordt.
Op tijd gewaarschuwd worden
Hoe eerder een brand wordt opgemerkt, hoe meer tijd er is om te vluchten. In kleinere kantoren en bedrijfsruimtes worden vaak losse of gekoppelde rookmelders gebruikt, in grotere gebouwen een brandmeldinstallatie die rechtstreeks alarmeert. Welke variant nodig is, hangt af van de grootte en het gebruik van het pand.
Gekoppelde rookmelders hebben op een kantoor met meerdere ruimtes een duidelijk voordeel: gaat er één af, dan gaan ze allemaal af. Zo hoort ook een collega aan de andere kant van de gang het alarm. Voor de plaatsing en het onderhoud van rookmelders bestaat de norm NEN 2555, die beschrijft waar melders horen te hangen en hoe ze gecontroleerd worden.
Blusmiddelen op de juiste plek
Blusmiddelen moeten zichtbaar, bereikbaar en geschikt zijn voor het type brand dat er kan ontstaan. Op een kantoor gaat het meestal om papier, meubels en elektrische apparatuur. Een schuimblusser dekt veel situaties af, en bij serverruimtes of meterkasten is een koolzuurblusser gebruikelijker omdat die geen residu achterlaat.
Let bij de inrichting op een paar praktische punten:
-
hang blussers langs de looproute naar de uitgang, niet diep in een ruimte
-
zorg dat ze niet achter kasten, dozen of jassen verdwijnen
-
markeer de plek met een pictogram dat van afstand zichtbaar is
-
leg in de keuken een blusdeken voor brandend vet
Vluchtroutes die echt vrij zijn
Een vluchtroute is alleen een vluchtroute als je er ook doorheen kunt. In de praktijk raken gangen en trappenhuizen snel gevuld met printers, verhuisdozen of fietsen. Branddeuren worden opengehouden met een wig, omdat dat makkelijker loopt. Dat lijkt onschuldig, maar juist die deuren moeten rook en vuur tegenhouden.
Controleer regelmatig of de nooduitgangen van binnen zonder sleutel te openen zijn, of de vluchtwegaanduiding brandt en of de noodverlichting werkt. Een korte ronde per maand vangt de meeste problemen af voordat ze gevaarlijk worden.
Onderhoud en controle vastleggen
Brandveiligheidsmiddelen werken alleen als ze onderhouden worden. Blussers krijgen periodiek een inspectie, rookmelders moeten getest worden en batterijen of complete melders hebben een beperkte levensduur. Leg vast wie verantwoordelijk is en wanneer de controles plaatsvinden, zodat het niet afhangt van één collega die het toevallig onthoudt.
Veel organisaties besteden dit onderhoud uit. Bij Royal Safety staat hoe het plaatsen en onderhouden van rookmelders volgens NEN 2555 in zijn werk gaat, en op royalsafety.nl staan ook de andere diensten rond brandveiligheid, zoals het onderhoud van blusmiddelen.
Mensen voorbereiden
Een goede installatie helpt weinig als niemand weet wat te doen. Wijs bedrijfshulpverleners aan, houd minstens één keer per jaar een ontruimingsoefening en vertel nieuwe medewerkers op hun eerste dag waar de uitgangen en de verzamelplaats zijn. Denk ook aan bezoekers en collega’s die minder mobiel zijn.
Brandveiligheid op kantoor is grotendeels routine: melders die werken, blussers op de goede plek en routes die vrij blijven. Wie dat goed regelt en bijhoudt, hoeft er in het dagelijks werk nauwelijks meer aan te denken.
